NL -Heilige grond - dat is de plek waar God is (Exodus 3:2-5)
5 oktober 2026

Zo’n 400 jaar nadat Jozef het gezin van zijn vader Jakob (ongeveer 70 mensen) naar Egypte gebracht heft, wordt een kleine jongen geboren. Zijn naam is Mozes. Jozef heeft zijn familie in veiligheid gebracht voor de hongersnood in Kanaän Het gezin is inmiddels tot een groot volk gegroeid. Zij zijn door de jaren heen van vrije mensen tot slaven of onderdrukten geworden. Destijds moesten alle jongens van twee jaar en jonger gedood worden omdat de farao het grote volk van de Joden vreesde. In deze nare tijd wordt dus Mozes geboren. Als Jood wordt hij geboren uit het nageslacht van Levi. Als zoon aangenomen door de dochter van de farao mag hij voor een paar jaar opgroeien bij zijn joodse gezin. Hier leert en leeft hij het joodse geloof. Daarna leeft hij onder het dak van de farao. Hij leert alles wat met de Egyptische ideologie en geloof te maken heeft. Desondanks vergeet hij niet om zijn eigen volk te observeren.


Heeft hij in deze jaren als een Egyptenaar veel mogen ervaren over zijn voorouders, hun geloof en hun God? Het blijft onduidelijk. Iedereen mag het zelf beantwoorden.


Pas toen hij met ongeveer veertig jaar oud een Egyptenaar dood om een Jood te helpen moet hij vluchten. In het land Midian vindt hij onderdak en familie. Hij leeft veertig jaar als herder van een grote kudde in het huis van zijn schoonvader Jethro, een priester van de Midianieten. Zij aanbidden diverse afgoden, waaronder Baäl en Astarte (vruchtbaarheidsgoden).


In het land Midian ziet hij op een dag een brandende doornstruik. Hij besluit deze brandende en toch niet verbrandende struik nader te bekijken.


Mozes’ roeping

Dit is Gods moment om Mozes te roepen en voor Mozes om de God van zijn voorouders te ontmoeten. De Bijbel zegt het volgende:


“2 En de Engel van de HEERE verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een doornstruik. Hij keek toe, en zie, de doornstruik brandde in het vuur, maar de doornstruik werd niet verteerd. 3 Mozes zei: Laat ik nu naar dat indrukwekkende verschijnsel gaan kijken, waarom de doornstruik niet verbrandt. 4 Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes! Hij (Mozes) zei: Zie, hier ben ik (Hineni)!” 5 En God zei: Kom hier niet dichterbij. Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat, is heilige grond.” (Exodus 3:2-5 HSV)


Twee keer zegt God: Mozes, Mozes! – God bevestigt Mozes roeping door twee keer zijn naam te noemen!


God is heilig

God zegt: “Doe uw schoenen uit, want je staat op heilige grond!”


God is heilig. Wist Mozes dit? Weten wij het vandaag? Wij zingen dit, wij belijden het, wij geloven het. Wij weten het. Maar: Beseffen wij het?


Tachtig jaar heeft Mozes zonder God geleefd, veel van andere religies en levensvisies geleerd. Toch laat hij toe dat de levende God van zijn voorouders Abraham, Izak en Jakob tot hem spreekt en hem roept tot een leider van Gods volk.


Mozes wordt heilig omdat hij op heilige grond staat. Mozes leeft vanaf dat moment een leven in de nabijheid van God. Hij mag veertig dagen met God op de berg Horeb doorbrengen en komt met een stralend wit gezicht en haar weer naar beneden. Mozes is vervuld met de Heilige Geest van God. Hij draagt Gods Heiligheid uit door de tien geboden te geven, door een nauwe relatie met God en door het volk een leider te zijn in alle omstandigheden. Het volk is getuige van Mozes’ leven en wandelen met deze God! De God die roept, die heilig is en trouw is.


Relatie mens - God

Hoe is het met ons vandaag? Is het verhaal van Mozes, de brandende doornstruik, de heiligheid Gods nog actueel? Trekken wij onze schoenen uit omdat wij in Gods aanwezigheid staan? Zijn wij ons wel bewust van Gods aanwezigheid rondom ons en vooral in ons?


God heeft een relatie gekend met de mensen vanaf het scheppingsbegin. Hij heeft met behulp van Mozes het volk uit Egypte en uit de slavernij geleidt. Hij heeft water gespreid om het volk droogvoets door de zee te leiden. Hij heeft het volk overdag met een wolkkolom en in de nacht door een vuurkolom geleid. Hij heeft in de Tabernakel gewoond, te midden van het volk. Maar nog niet in de mens, zoals het nu in ons kan. Ze hadden allemaal een relatie met God en mochten “Hineni (Zie, hier ben ik)” zeggen. Maar God stond buiten de mens. Steeds weer waren er mensen in de geschiedenis die met God wandelen. Jozua, de richters, profeten, koningen, boeren als Amos en mensen uit het volk. Steeds heeft God relaties met een mens, buiten de mens...


Totdat Jezus geboren wordt

Jezus leeft dichtbij of dicht met God. Hij is de ultieme Zoon van God. God leeft in Jezus. Jezus doet alles wat Zijn Vader doet. En wat Jezus Zijn vader ziet doen, doet Jezus. Vader en Zoon hebben een intieme relatie. Jezus is heilig, zoals de Vader heilig is.


Deze relatie is een voorbeeld voor hoe wij nu met God kunnen leven.


Jezus heeft Gods plan met Zijn schepping doorgevoerd: Hij heeft aan de mensen laten zien wie God is, wat Hij kan en wat Hij wil doen. Jezus heeft getoond hoe een relatie met God geleefd wordt. Het Nieuwe Testament geeft ons informatie, middelen en uitleg dat God van Zijn schepping houdt (Het Oude Testament ook, hoor). Dat God liefde is! Dat God trouw is!


Jezus ondergaat veel smarten, onrecht en vervolging. Hij gaat aan het kruis om voor ons de relatie met God weer recht te zetten. God moest afstand doen van het kwaad door Zijn Zoon te laten lijden en in de dood te sturen. God heeft door zijn liefde gezorgd dat Jezus opstaat en weer opstijgt tot de hemel. Dit maakt het mogelijk dat wij de Heilige Geest ontvangen.


Mozes wordt heilig, omdat hij op heilig grond staat. Jezus is heilig omdat Hij Gods Zoon is. Wij worden heilig omdat wij de Heilige Geest ontvangen.


Beiden, Mozes en Jezus, vragen het volk van God (dus ook ons!) om de schoenen van de voeten te doen. Wij staan op heilige grond.


Wij staan niet alleen op heilig grond. Nee, wij zijn heilig grond. God is in ons. Dat maakt ons heilig.

 

Hoe gaan wij met deze gedachte om?


Begrijpen wij wel dat wij als kind van God heilig zijn?


Beseffen wij dat het niet om onze wil, onze mening, onze kennis of onze gevoelens gaat?


God laat nooit los, wat Zijn handen begonnen zijn. Dat is een belofte! Daarom gaat het!


Laat dit een belangrijke gedachte zijn in je leven en omgaan met God.


God wil een intieme relatie met ons mensen. De Bijbel ontvouwd Gods liefde voor de mensen, die met Hem in relatie staan: Denk aan David, die een man naar Gods hart genoemd wordt. Mozes, die Gods stem verstond en alles als middelaar aan het volk doorgegeven heeft. Jozef, die zijn familie naar Egypte voorging en als onderkoning alle nakomelingen in Gosen kan onderhouden.


Het wordt nergens in de Bijbel genoemd, dat God gestopt is met Zijn plan voor en met de mensen. Nee, in Openbaring 21: 3-5a staat zelfs:


“3 En ik (Johannes) hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. 4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn, Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. 5a En Hij die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.”


God wil dat wij Zijn kinderen zijn! God vraagt ons om een intieme relatie met Hem te leven. Tot zegen van ons en van onze medemensen. God maakt ons heilig, zoals Hij heilig is.


Trek je schoenen uit!

Soms moet je het letterlijk en soms figuurlijk toe passen. Want jij staat door jouw relatie met God in Zijn heilige aanwezigheid. Jij mag door je relatie met God in afhankelijkheid van God leven. Strek je armen omhoog, houd je hoofd omhoog richting God. Laat God in je zijn!


En weet, geloof en aanvaard: Is God in jou, ben jij heilig!


Ben jij bereid om Gods heiligheid en je eigen heiligheid te aanvaarden, uit te leven?


Ben jij bereid om je schoenen uit te doen? Letterlijk en figuurlijk???



Wat spreekt jou aan of niet aan? Wil je het met mij delen via Waltraud@chosen-gg.net.

door duda-wsm • 5 oktober 2026
Etwa 400 Jahre nachdem Josef die gesamte Familie seines Vaters (das waren etwa 70 Personen) nach Ägypten geholt hat, wird ein kleiner Junge geboren. Er wird Mose genannt. Josef brachte seine Familie vor einer Hungersnot in Kanaan in Sicherheit. Mittlerweile ist die damalige Familie zu einem großen Volk gewachsen. Von ehemals freien Menschen ist ein unterdrücktes Volk geworden. Sie sind nun Sklaven des Pharaos. In dieser Zeit wurden alle Jungs von zwei Jahren und jünger getötet. Der Pharao hatte große Angst vor diesem großen Volk. In diese schwierige Zeit wird Mose geboren. Als Jude geboren aus dem Stamm Levi (einer von Josefs Brüdern). Er wird durch die Tochter des Pharaos als Sohn angenommen. Die ersten Jahre seines Lebens darf er bei seiner bluteigenen Familie leben. Er lernt die Gebräuche und Sitten seines jüdischen Volkes kennen. Und natürlich den Glauben in den „einen“ Gott. Danach lebt er im Hause des Pharaos. Hier erfährt er alles über die ägyptische Ideologie und den ägyptischen Glauben. Sein Volk vergisst er nicht. Er beobachtet sie genau. Sollte er in den Jahren als Ägypter viel über seine Vorfahren, Ihren Glauben und ihren Gott erfahren haben? Die Bibel ist hierin undeutlich. Jeder kann und darf diese Frage für sich selbst beantworten. Erst als er mit etwa Vierzig Jahren einen Ägypter tötet, weil er einem Juden helfen möchte, muss er fliehen. Im Land Midian kommt er unter. Vierzig Jahre hütet er die große Schafherde seines Schwiegervaters. Sein Schwiegervater, Jethro, ist Priester der Midianiter, die verschiedenen Götter, darunter Baal und Astarte (eine Fruchtbarkeitsgöttin), anbeten. Im Land Midian sieht er eines Tages einen brennenden Dornbusch. Er beschließt diesen brennenden, aber nicht verbrennenden Busch, von nahem zu betrachten. Moses Berufung Das ist nun der Moment an dem Gott Moses anspricht. Er lernt den Gott seiner Ahnen kennen. Die Bibel teilt uns das folgende mit: 2 Dort erschien ihm der Engel des HEERN in einer Flamme, die aus einem Dornbusch schlug. Als Mose genauer hinsah, bemerkte er, dass der Busch zwar in Flammen stand, aber nicht niederbrannte. 3 “Merkwürdig”, dachte Mose, “warum verbrennt der Busch nicht? Das muss ich mir aus der Nähe ansehen”. 4 Der HERR sah, dass Mose sich dem Feuer näherte, um es genauer zu betrachten. Da rief er ihm aus dem Busch zu: “Mose, Mose!” ”Ja, Herr“ (Hineni), antwortete er. 5 „Komm nicht näher!“ befahl Gott. „Zieh deine Schuhe aus, denn du stehst auf heiligem Boden” (Exodus 3:2-5, HFA) Zweimal sagt Gott: Mose, Mose! – Gott bestätigt die Berufung von Mose in dem zweimaligen nennen seines Namens. Gott ist heilig Gott sagt: „Zieh deine Schuhe aus, denn du stehst auf heiligem Boden!” Gott ist heilig. Wusste Mose das? Wissen wir es heutzutage? Wir singen von Gottes Heiligkeit, wir bekennen es, wir glauben es. Wir wissen es! Aber: Realisieren wir es uns wirklich? Achtzig Jahre lebte Mose ohne Gott. Er hat viel über andere Religionen und Lebens-anschauungen gelernt. Und trotzdem lässt er zu, dass der lebende Gott seiner Vorfahren Abraham, Isaak und Jakob zu ihm spricht und ihn dazu beruft, ein Anführer von Gottes Volk zu werden. Mose wird heilig, weil er auf heiligem Boden steht. Mose lebt ab diesem persönlichen Treffen in Gottes Nähe. Vierzig Tage darf er auf dem Berg Horeb in Gottes Gegenwart zubringen. Mit einem strahlend weißen Gesicht kommt er wieder im Tal bei den Menschen an. Mose ist erfüllt vom Heiligen Geist. Er trägt Gottes Heiligkeit aus: Dem Volk bringt er die zehn Gebote. Er lebt eine intime Beziehung zu dem Gott seiner Vorfahren. Er ist dem Volk ein Anführer in allen Schwierigkeiten. Die Menschen werden Zeugen von Mose Leben und seinem Leben mit diesem Gott. Der Gott, der beruft, der heilig und treu ist. Beziehung Mensch - Gott Wie ist es mit uns heute? Ist die Geschichte von Mose, dem brennenden Dornbusch und der Heiligkeit Gottes heute noch relevant? Ziehen wir die Schuhe aus, weil wir in Gottes Gegenwart stehen? Sind wir uns der Gegenwart Gottes um uns herum und vor allem in uns wirklich bewusst? Gott unterhält seit Beginn der Schöpfung eine Beziehung zu den Menschen. Mit der Hilfe von Mose führte hat er das Volk aus Ägypten und aus der Sklaverei. Er teilte das Wasser, um das Volk auf trockenem Boden durch das Meer zu führen. Er leitete das Volk über Tag durch eine Wolkensäule und in der Nacht durch eine Feuersäule. Er wohnte in der Stiftshütte, inmitten des Volkes. Doch er wohnte nicht „im” Menschen, so wie er es heute in uns tun kann. Sie alle hatten eine Beziehung zu Gott und konnten „Hineni“ (Siehe, hier bin ich) sagen. Aber Gott blieb außerhalb des Menschen. Im Laufe der Geschichte gab es immer wieder Menschen, die mit Gott gingen. Josua, die Richter, Propheten, Könige, Bauern wie Amos und ganz gewöhnliche Menschen. Immer wieder geht Gott eine Beziehung zu einem Menschen ein, und bleibt doch außerhalb von ihm… Bis zu dem Tag an dem Jesus geboren wird. Jesus lebt in unmittelbarer Nähe zu Gott oder bei Gott. Er ist der vollkommene Sohn Gottes. Gott lebt in Jesus. Jesus tut alles, was sein Vater tut. Und was immer Jesus seinen Vater tun sieht, das tut Jesus auch. Vater und Sohn verbindet eine innige Beziehung. Jesus ist heilig, so wie auch der Vater heilig ist. Diese Beziehung dient als Beispiel dafür, wie wir heute mit Gott leben können. Jesus setzte Gottes Plan mit seiner Schöpfung um: Er zeigte den Menschen, wer Gott ist, wozu er fähig ist und was er zu tun beabsichtigt. Jesus veranschaulichte, wie eine Beziehung zu Gott gelebt wird. Das Neue Testament liefert uns Informationen, Hilfen und Erklärungen, die zeigen, dass Gott seine Schöpfung liebt (was natürlich auch das Alte Testament tut). Und das Gott Liebe ist! Das Gott treu ist! Jesus erleidet großes Leid, Ungerechtigkeit und Verfolgung. Er geht ans Kreuz, um unsere Beziehung zu Gott wieder herzustellen. Gott musste dem Bösen begegnen, indem Er zuließ, dass Jesus litt und indem Er Seinen Sohn in den Tod sandte. Durch seine Liebe bewirkte Gott, dass Jesus auferstand und in den Himmel auffuhr. Dies ermöglicht es uns, den Heiligen Geist zu empfangen. Mose wird heilig, weil er auf heiligem Boden steht. Jeus ist heilig, weil er Gottes Sohn ist. Wir werden heilig, weil wir den Heiligen Geist empfangen. Sowohl Mose als auch Jesus fordern Gottes Volk (und dazu gehören auch wir!) auf, die Schuhe auszuziehen. Wir stehen auf heiligem Boden. Wir stehen nicht nur auf heiligem Boden! Nein, wir „sind“ heiliger Boden. Gott ist in uns. Das macht uns heilig! Wie gehen wir mit diesem Gedanken um? Verstehen wir wirklich, dass wir als Kinder Gottes heilig sind? Sind wir uns bewusst, dass es nicht um unseren Willen, unsere Meinung, unser Wissen oder unsere Gefühle geht? Gott lässt niemals los, was seine Hände begonnen haben. Das ist eine Verheißung! Darum geht es! Lass dies zu einem wichtigen Gedanken in deinem Leben und auf deinem Weg mit Gott werden. Gott wünscht sich eine innige Beziehung zu uns Menschen. Die Bibel offenbart Gottes Liebe zu denjenigen die in einer Beziehung zu Ihm stehen: Man denke an David, der als ein Mann nach Gottes Herzen bezeichnet wird; an Mose, der Gottes Stimme hörte und als Mittler alles an das Volk weitergab; und an Josef, der seiner Familie nach Ägypten vorausging und als Vizekönig für all ihre Nachkommen in Goschen sorgen konnte. Nirgends in der Bibel steht, dass Gott seinen Plan für und mit der Menschheit aufgegeben hat. Im Gegenteil, in Offenbarung 21: 3-5a besagt sogar: 3 Eine gewaltige Stimme hörte ich (Johannes) vom Thron her -rufen: „Hier wird Gott mitten unter den Menschen sein! Er wird bei ihnen wohnen, und sie werden sein Volk sein. Ja, von nun an wird Gott selbst in ihrer Mitte leben. 4 Er wird ihnen alle Tränen abwischen. Es wird keinen Tod mehr geben, kein Leid, keine Klage und keine Schmerzen; denn was einmal war, ist für immer vorbei“. 5a Der auf dem Thron saß, sagte: „Siehe doch, ich mache alles neu!” Gott möchte, dass wir seine Kinder sind! Gott ruft uns dazu auf, eine innige Beziehung zu ihm zu leben. Zu unserem eigenen Segen und zum Segen unserer Mitmenschen. Gott heiligt uns, so wie Er heilig ist. Ziehe deine Schuhe aus! Manchmal muss man dieses wortwörtlich nehmen und ein anderes Mal im übertragenen Sinne. Denn durch die Beziehung zu Gott stehen wir in seiner heiligen Gegenwart. Durch die Beziehung zu Gott haben wir das Vorrecht, in Abhängigkeit von ihm zu leben. Erhebe die Arme und richte den Blick auf Gott. Lass Gott in dir wohnen! Und wisse, glaube und nehme an: Wenn Gott in dir ist, dann bist du heilig! Bist du bereit, Gottes Heiligkeit und deine eigene Heiligkeit anzunehmen und sie zu leben? Bist du bereit, deine Schuhe auszuziehen? Im wörtlichen und im übertragenen Sinne?  Welche Gedanken kommen in dir auf? Teile sie gerne mit mir: Waltraud@chosen-gg.net .
door Waltraud • 5 oktober 2026
Wie merkwürdig ist es doch manchmal. Innerhalb von 24 Stunden bekommen wir Einblick in das Gleichnis vom verdorrten Feigenbaum. Jesu Worte zu und über einen Feigenbaum mit seinen vielen Blättern aber ohne Früchte, hören wir erst abends im Film Chosen, DVD 5 und dann morgens noch einmal in unserer Tageslosung aus Matthäus 21: 18-22. Chosen ist ein Film der das Leben von Jesus beschreibt. In dem Gleichnis geht Jesus am Morgen in Richtung Jerusalem. Er kommt mit all seinen Anhängern aus Bethanien, nach einer Übernachtung mit all seinen Anhängern bei Lazarus in Bethanien. Am Tag davor hat er, gemäß dem Film, den Tempel gereinigt von Verkäufern und Käufern, von Geldwechslern und Opfertieren. Der Tempel seines Vaters gleicht einer Räuberhöhle. Jesus geht das entschieden zu weit. Er kann nicht anders. Er muss hierauf reagieren. Während seines Unterrichts in der Stadt Jerusalem spricht Jesus die Pharisäer und Schriftgelehrten auf ihren „frommen Schein“ an („Wehe euch“, Mattäus 23 ab Vers 13). Die Pharisäer und Schriftgelehrten werden böse – die restlichen Zuhörer sind beeindruckt von Jesus Lehre. Auf dem Rückweg nach Bethanien kommt Jesus an einem Feigenbaum vorbei. Da der Baum lediglich Blätter hat, aber nicht eine einzige Feige, verflucht Jesus den Baum. Vor den Augen der Anhänger verdorrt der Baum sofort nach Jesus Worten. Charles Spurgeon teilt mit, dass für ihn das Geschehen rund um den Feigenbaum ein Gleichnis aber gleichzeitig ein Wunder ist. Warum ein Wunder? Wunder sind für uns vor allem die Heilungen, die durch Jesus ausgeführt werden. Ich teile die Meinung von C. Spurgeon. Das Verdorren eines Baumes ist sicher auch als Wunder zu betrachten. Es ist das Wunder des Glaubens! Das Wunder erklärt Jesus seinen Nachfolgern damals, wie uns Gläubigen heute in Matthäus 21:21: “Ich versichere euch: Wenn ihr Gott vertraut und nicht zweifelt, könnt ihr noch mehr als das tun. Ihr könnt sogar zu diesem Berg sagen: ‘Hebe dich von der Stelle und stürze dich ins Meer! ’, und es wird geschehen.“ Es ist aber auch ein Gleichnis! Was ich nun ansprechen möchte ist Folgendes: Der Text ist für mich vor allem als Gleichnis zu betrachten. In dem Film Chosen fragt Jesus seine Anhänger was sie gesehen haben. Sie antworten ihm: Wir sehen einen Baum mit vielen Blättern. Ohne Früchte. “Wie kommt es, dass dieser Feigenbaum keine Frucht trägt?“ Tja, es ist nicht die Zeit für Feigen, wissen die Jünger. Außerdem hat der Feigenbaum keine Feigen ausgebildet. Tatsache ist jedoch, dass sobald ein Feigenbaum Blätter bekommt zeitgleich die Feigen entwickelt werden. Die Jünger und Jesus sind sich einig: Der Baum hat keine Früchte entwickelt. Aber Jezus hat Hunger auf Feigen. Er will Feigen essen als der den Baum sieht. Weil nun dieser Baum nicht eine einzige Feige hat, verflucht Jesus den Baum – und der Baum verdorrt im selben Moment. Jesus vergleicht in seiner Erklärung an die 12 Nachfolger den Baum mit einem Gläubigen. Dabei richtet er sein Augenmerk vor allem auf die Gläubigen in und aus Jerusalem und somit auch auf die Pharisäer und Schriftgelehrten. Er spricht gleichzeitig seine Jünger an, die Jünger in Jesus Zeit. Jesus spricht mit der Erklärung auch uns heute an. Er stellt fest, dass ein Mensch, der glaubt immer Frucht wird tragen! Also wie ein Feigenbaum entwickeln wir in unserem Glaubensleben gleichzeitig mit den Blättern auch die Frucht. Entwickeln wir keine Früchte: dann ist unser Glauben fruchtlos!!! Der Glaube ist toter Glaube, stellt Jesus deutlich heraus. Einen Glauben der allein äußerlich zu sehen ist (schöne große Blätter am Feigenbaum), den sucht Jesus echt nicht! Jesus sucht die Menschen, die deutlich ihren Glauben ausleben. Menschen, die Ihm folgen. Menschen, die für Ihn leben. Für Ihn arbeiten. Menschen, die dem Erlöser und Retter zugewandt sind. Jesus sucht Menschen, die nicht nur äußerlich religiös sind, sondern sich aufrichtig auf den Glauben an Gott und Jesus, sowie auf sein Wort, einlassen. Im 5. Buch Mose 6:4,5 (Deut. 6:4,5) erklärt Gott wie er Sein Volk, und uns heute, sieht: „Hört, Ihr Israeliten? Der HERR ist unser Gott, der HERR allein. Ihr sollt ihn von ganzem Herzen lieben, mit ganzer Hingabe und mit alle eurer Kraft.” Das ist nun der sprichwörtliche „Glaube“. Glauben der in uns brodelt und sich einen Weg nach draußen sucht, um sichtbar zu werden für unsere Umgebung. Gott fragt mich durch die Erklärung Jesu, ob es mir deutlich ist, dass ich geschaffen bin, um Frucht zu tragen. Ob mir bewusst ist, ich nur Frucht kann tragen, wenn ich mich Gott öffne. Ich muss von Ihm verändert werden? Ich musste zugeben, dass es in der Beziehung zu Gott nicht nur die schöne Sommerzeit geben wird. Ich kann auch in eine Winterzeit gelangen, in der ich ohne Blätter und ohne Frucht leben werde. Mein Leben kann in eine Zeit von Wind, Sturm oder Kälte zurechtkommen. Sie wird manchmal auch einer “Wüstenzeit” verglichen. Eine trockene, dürre Zeit (mit wenig Kontakt zu Gott), in dem Gott weit weg erscheint. Zugegeben, es liegt auch an mir, wie lange die trockene, dürre Periode andauert. Es ist meine Sache ob ich erkenne, dass ich ausserhalb der Beziehung zu Gott gekommen bin. Und es ist an mir, ob ich auf kürzestem Weg wieder zu Gott zurückkehre. Es schmerzt, zu erkennen, dass dieser Feigenbaum in dem Gleichnis NIE MEHR Blätter oder Frucht tragen wird. Meine Reaktion ist: NEIN! Gott, das ist nicht wie ich glaube oder glauben will. Ein Feigenbaum ist geschaffen um Frucht zu tragen. Und: Ich freue mich Frucht zu tragen! Ich möchte keinen toten Glauben haben. Mein Glauben soll lebendig sein. Mein Glauben soll eine Beziehung zu meinem Vater und zu Jezus ausdrücken. Wirklich, NIEMALS will ich so ein verdorrter Baum werden! WENN es jedenfalls an mir liegen soll! Dabei merke ich, dass ich leider viel zu oft meinen eigenen Plänen gefolgt bin. Ich habe zu oft vergessen, Gott in meine Pläne ein zu beziehen. Ich bin zu oft außerhalb meiner Beziehung zu Gott gekommen. Durch mein eigenes Zutun. Letztens sagte jemand zu mir: “Wenn ich achtzig Jahre alt bin, dann ziehe ich mich aus den Teams, denen ich zugehöre, zurück. Dann sollen die anderen meinen Teil übernehmen. Es ist dann genug für mich.” Ich frage mich: Ist das Gottes Plan für diese Person? Welchen Plan hat Gott mit einem Menschen? Johannes 15 Vers 16 stellt deutlich fest: “Nicht ihr hab mich erwählt, sondern Ich habe euch erwählt. Ich habe euch dazu bestimmt, dass ihr euch auf den Weg macht und Frucht bringt – Frucht, die bleibt. Dann wird euch der Vater alles geben, worum ihr Ihn in meinem Namen bittet.“ Es wird NICHT mein Plan realisiert. Es ist Gottes Plan und Gottes Timing die wichtig sind in meinem Leben. Gott wird immer für die Möglichkeiten sorgen. Bedingung dafür ist: Ich bin offen für Gottes Pläne. Durch Johannes Worte verspricht Gott, dass wir Frucht tragen werden. Gott hat mich und euch Leser ausgewählt. Sollte ich durch meinen eigenen Willen, meine eigenen Visionen, aufhören für Gott zu leben, zu arbeiten oder bereit zu sein, dann zerstöre ich Gottes Plan für mich. Ich kann nicht wissen, ob ich nicht Menschen auf der Suche nach Gott unterstützen kann. Unterstützen in der Entwicklung von Frucht und Blätter wie ein Feigenbaum. In der Entwicklung von echtem Glauben und intensiver Beziehung mit Gott. Das WEHE über die Schriftgelehrten – und über uns/mir? Es berührt mich sehr zu lesen, dass die Pharisäer und Schriftgelehrten Gottes Gebote so verändert haben, dass den Israeliten der Zugang zu Gott verwehrt wird. Jesus ist enttäuscht und dabei sicherlich auch wütend über das Verhalten und das Lehren von rechtswidrigen Geboten. Das „WEHE“ von Jesus bedeutet für diese Herren: KEIN ewiges Leben in Gottes Königreich! Bin ich auf dieselbe Art und Weise beschäftigt als die Schriftgelehrten? Wie lebe ich die Gebote? Wie teile ich die Gebote Gottes mit anderen? Sobald ich nicht in einer Beziehung zu Gott bleibe, wird ein Blatt von meinem „Feigenbaum“ herabfallen. Der äußere Schein, den die Blätter ausbilden, wird mit jedem verdorrten und herabgefallenen Blatt deutlich machen, dass ich keine Frucht trage unter all den Blättern. Es wird zeigen, dass mein Glaube tot ist. Das „WEHE“, welches Jesus über die Pharisäer ausspricht, nehme ich mir sehr zu Herzen. Täglich. Meine Beziehung mit Gott will ich vertiefen, ich will leben und Frucht tragen. Jeden Tag stelle ich mich Gott zur Verfügung, um so zu werden, wie Gott mich geschaffen hat. So wie es zu lesen ist im Brief an die Hebräer (12:28+29): Es ist mein bestreben Gott mit vollster Ehrfurcht zu dienen. IMMER! Mein Leben mit Gott Ich verstehe, dass nicht jeder die Energie aufbringen kann, nach einem harten Arbeitsleben durchzugehen. Ich begreife, dass jemand im Verlauf seines Lebens und seiner Lebensjahre müde werden kann. In meinem Leben mit Gott erfahre ich, dass Gott mir die Kraft und die Möglichkeiten geben wird, um lebendigen Glauben zu leben. Ich bin Sein Kind. Er hab mich ausgewählt. Er führt seinen Plan mit mir, nämlich Frucht zu tragen, aus. Meine Frage um Kraft, Nähe, Mut und Hilfe wird er mir positiv beantworten. Ich persönlich will nicht aufhören mit meinem Dienst für IHN!! Wichtig ist für Gott vor allem eines: Ich muss IN IHM bleiben!!  Wie sehen Sie das? Bitte antworten Sie mir über Waltraud@chosen-gg.net