Mattheüs 21: 18-22 De gelijkenis van de verdorde vijgenboom
Soms is het leven verrassend: S ’avonds kijken wij de Film Chosen. Deze film beschrijft het leven van Jezus. In deel 5 worden de toeschouwers geconfronteerd met een vijgenboom die wel vee bladeren heeft maar geen vrucht. De andere morgen is de gelijkenis van de verdorde vijgenboom (Mattheüs 21:18-22) het thema van onze dagelijkse overdenking.
In de film gaat Jezus van Bethanië weer terug naar Jeruzalem. Hij heeft met zijn volgelingen in het huis van Lazarus overnacht. De tempel van Zijn vader was de dag ervoor tot een rovershol gemaakt. Jezus kon dit niet aan en heeft daarom de tempel gereinigd van kooplieden en koper, geldwisselaars en offerdieren. Jezus heeft tijdens Zijn onderwijs Zijn verdriet (Wee) over de farizeeën en Schriftgeleerden uitgesproken (Matt. 23 vanaf vers 13). Alle luisteraars waren onder de indruk. De farizeeën en Schriftgeleerden werden boos. Onderweg naar Bethanië ziet hij de vijgenboom. De boom heeft alleen bladeren. Jezus vervloekt deze boom die onmiddellijk voor de ogen van de discipelen begint te verdorren.
Charles Spurgeon verteld dat de gebeurtenis met de vijgenboom voor hem een gelijkenis en tevens een wonder is.
Waarom een wonder?
Als wonder zien wij meestal de genezingen die door Jezus gedaan zijn. Ik ben het met Spurgeon eens als hij stelt dat ook het verdorren van een boom een wonder is.
Dat is het wonder van het geloof!
Een wonder dat Jezus aan zijn discipelen uitlegt in de vers Mattheus 21:21: “Als u geloof had en niet twijfelde, zou u niet alleen doen wat er met de vijgenboom is gedaan, maar zelfs als u tegen deze berg zou zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen, dan zou het gebeuren.
Een daarnaast een gelijkenis!
Voor nu wil ik de focus op de gelijkenis leggen, daar gaat het mij in deze tekst vooral om:
In de film vraagt Jezus zijn discipelen wat zij gezien hebben. Zij antwoorden: een boom met veel bladeren. Maar zonder vruchten.
“Hoe komt het dat deze vijgenboom geen vrucht heeft?” Tja, het is niet de tijd voor vrucht, weten de discipelen. Daarnaast heeft de vijgenboom geen vruchten laten ontstaan. Feit is, dat zodra een vijgenboom bladeren krijgt, hij ook vrucht ontwikkelt.
Volgens de discipelen en Jezus heeft deze boom niet één enkele vrucht ontwikkelt. Maar Jezus heeft trek en wil, toen hij die boom ziet, van zijn vrucht eten. Omdat deze boom geen enkele vrucht heeft vervloekt Jezus de boom – en de boom verdort onmiddellijk.
Jezus vergelijkt de boom met gelovigen. Voornamelijk met de gelovigen uit Jeruzalem, met Zijn discipelen van toen en natuurlijk met ons. Hij stelt dat in het geloof een mens altijd vrucht draagt. Dus net als een vijgenboom ontwikkelen wij in ons geloofsleven gelijktijdig vrucht naast de bladeren.
Ontwikkelen wij geen vrucht: dan is ons geloof vruchteloos!!! Het is dood geloof, volgens Jezus.
Een geloofsleven dat alleen naar buiten wijst (mooie grote bladeren van een vijgenboom) zoekt Jezus niet. Jezus zoekt mensen die wel degelijk iets met hun geloof doen. Mensen die Hem volgen. Mensen die voor Hem leven en werken. Mensen die begaan zijn met de Verlosser en Zaligmaker. Jezus zoekt mensen die nicht ogenschijnlijk gelovig zijn maar daadwerkelijk met het geloof in God en Jezus bezig zijn en met Zijn Woord.
In Deut. 6:5 legt God uit hoe Hij graag Zijn volk en ons ziet: “Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.”
Dat is daadwerkelijk geloof! Geloof dat binnenin borrelt en naar buiten stroomt om zichtbaar te worden voor onze medemensen.
Gods vraagt me (en misschien ook wel jou?) of ik me wel ervan bewust ben dat dat ik gemaakt ben om vrucht te dragen? Weet ik dat ik alleen vrucht kan dragen als ik mij open stel om door God veranderd te worden? Ik erken dat ik hierdoor niet alleen een zomertijd doorleef met veel vrucht. Mijn leven en mijn relatie met God kunnen ook in een wintertijd terecht komen, waar ik zonder bladeren en zonder vrucht in wind, storm en kou moet leven, overleven. Sommige noemen het ook wel een “woestijntijd”. Een dorre tijd waarin God ver weg kan lijken. Het is aan mij of de dorre wintertijd lang aanhoudt of niet. Het ligt aan mij of ik merk dat ik buiten de relatie met God ben gekomen. Het is aan mij of ik snel weer terug keer tot MIJN God.
Ik krijg buikpijn als ik me realiseer dat deze vijgenboom uit de gelijkenis nooit meer bladeren of vrucht kan dragen. Nee! God, dat is niet volgens mijn geloof. Ik verheug mij vrucht te dragen. Mijn geloof mag niet dood maar moet levend zijn in relatie met Mijn Vader en Jezus. Als het aan mij ligt wil ik echt nooit een verdorde boom worden! Het betekent dat ik mijn relatie met Jezus steeds weer aan te passen heb. Soms, af en toe of misschien wel te vaak ben ik mijn levensplan gevolgd en ben vergeten God in mijn plannen te betrekken. Ik ben buiten de relatie met God komen te staan door mijn eigen toedoen.
Laatst hoorde ik van een medemens: “Als ik tachtig jaar ben, dan stop ik met helpen in de kerk. Dan is het goed geweest. Dan kunnen anderen het wel overnemen van mij.”
Ik vraag me af: Is dit volgens Gods plan voor en met deze persoon?
Wat is Gods plan met een mens?
Johannes 15 vers 16 verteld ons: “Niet u hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft.”
Niet mijn plan wordt gerealiseerd. Het is Gods plan en timing die belangrijk zijn. God zal altijd voorzien in mogelijkheden. Met de voorwaarde: Als ik me openstel.
God beloofd door Johannes woorden heen dat ik vrucht zal dragen. God heeft mij gekozen. Stop ik vanuit mijn eigen visie mijn relatie met God zal ik Gods plan tenietdoen. Want wie weet kan ik mijn medemensen bijstaan in hun zoektocht naar God. Wie weet kan ik hen bijstaan in het ontwikkelen van vrucht en bladeren, namelijk ontwikkelen van echt geloof.
Het Wee over de Schriftgeleerden – en over ons/mij?
Het raakt me dat de farizeeën en Schriftgeleerden Gods geboden veranderd hebben, zodat de mensen niet tot God konden komen. Jezus is teleurgesteld en zeker ook woedend over hun gedrag en leren van onwettige geboden. Het WEE betekent voor deze heren geen eeuwig leven in Gods Koninkrijk.
Doe ik hetzelfde als de Schriftgeleerden? Hoe leef en vertel ik de geboden van God. Telkens als ik niet waakzaam ben zal een blad van mijn vijgenboom vallen. De schijn die de bladeren betekenen zal met elk verdord blad tonen dat ik geen vrucht draag en daarom dood geloof toon. Het WEE over de farizeeën neem ik ter harte. Het liefst dagelijks. De relatie met God wil ik verdiepen, leven en vrucht dragen. Dagelijks wil ik me openstellen om te worden zoals Hij mij bedoeld heeft. Net als in de Hebreeënbrief (12:28+29) is het mijn zorg God met eerbied en ontzag te dienen.
Mijn leven met God
Ik snap dat niet iedereen energie heeft om door te gaan. Ik besef dat de een of ander met de levensjaren vermoeid raakt.
In mijn relatie met God ervaar ik dat God mij de kracht en de mogelijkheden geven zal om een levend geloof uit te dragen. Ik ben Zijn kind. Hij heeft mij gekozen. Ik ben door Hem bestemd om vrucht te dragen. Mijn vraag naar kracht, nabijheid, moed en hulp beantwoordt Hij mij. Ik wil niet stoppen met mijn werk voor Hem!
Ik ben me bewust, dat ik altijd in Hem zal moeten blijven!
Hoe is het me jou? Ik lees graag je reactie via Waltraud@chosen-gg.net


